Geen tijd meer te verliezen

Meditatie zondag 18 september 2016

lezingen: Amos 8:4-7; Lucas 16:1-8

Het is ondoenlijk om in een avondmaalsviering diep op deze gelijkenis van Jezus in te gaan. Door de eeuwen heeft hij exegeten al hoofdbrekens bezorgd en ook wij zullen, denk ik, moeite hebben om het gedrag van deze rentmeester goed te keuren. En dat dan aan het eind de heer zijn rentmeester ook nog prijst, is helemaal niet te begrijpen. Maar deze gelijkenis van de corrupte rentmeester, die ontslag boven het hoofd hangt, staat in een veel groter verband. Van het omgaan met bezit, geld, en goederen. En dat heeft zeker te maken met het feit dat Lucas bij het schrijven van zijn evangelie de rijke elite van het Romeinse rijk op het oog heeft. En hen waarschuwt hoe je aan bezit en rijkdom verkleefd kunt raken, verslaafd, noem maar op. En dat geldt voor iedereen met meer dan zes nullen op de bankrekening.

Maar nu horen we een gelijkenis over een man, die weliswaar veel bezit in beheer heeft, maar er niet aan verslaafd is. Nee, in zijn levensstijl lijkt hij meer op de jongste zoon uit het vorige hoofdstuk, die het bezit van zijn vader er door heen jaagt. Met dit verschil dat de zoon uit zichzelf tot inkeer komt, terwijl de rentmeester door zijn meester de wacht wordt aangezegd. Waarmee de rentmeester tijd krijgt, kostbare tijd krijgt om zijn zaken op de orde te stellen en zo zijn toekomst veilig te stellen. En hoe hij het doet, daarover kun je je twijfels hebben , maar duidelijk is, dat hij niet lijdzaam afwacht op een oneervol ontslag, niet in zijn schulp kruipt en z’n kop in het zand steekt, niet de zaken op z’n beloop laat, nee, maar dat hij het initiatief neemt, de regie in handen neemt; niet blijft ronddobberen, maar de zeilen grijpt en zo zelf de koers van zijn leven bepaalt. En dat horen we hem in die ene zin zeggen: Ik weet, wat ik doen zal. Wat er volgt, is uitwerking. Maar het gaat om dit ene wilsbesluit: ik weet wat ik doen zal. Precies hetzelfde horen we de verloren zoon zeggen: Ik zal opstaan …
Op zulke momenten, waarop mensen de regie van hun leven her-winnen, als ze vanuit de puinhoop, die ze ervan gemaakt hebben, het initiatief durven nemen, dan gebeurt er iets. Het begint bij het overzien van de gevolgen; als ik niks doe en blijf zitten waar ik zit, dan eindig ik totaal in de goot. Als ik de zaken op z’n beloop laat, dan kom ik als rentmeester nergens meer aan de bak. En dan volgt het inzicht, het creatieve moment, de gedachteflits, zowel bij de zoon als bij de rentmeester. De zoon besluit om z’n vader te vragen hem als werknemer in dienst te nemen, de rentmeester besluit om de schuldenaars te paaien, opdat zij mij, wanneer ik uit mijn rentmeesterschap ontzet ben, in huis zullen nemen. Maar wat heet ‘paaien’? Want met de schuldreductie van zijn schuldenaars handelt de rentmeester geheel in lijn met de voorschriften uit de tora, uit het oude, het eerste testament, waar staat: Wanneer je een volksgenoot iets leent, mag je hem vooraf noch achteraf rente vragen. Je mag van hem geen rente vragen als je hem geld leent, en geen winst maken als je hem voedsel geeft. En hoe belangrijk het werd gevonden, kunnen we opmaken uit het feit dat het drie verschillende plekken, in drie verschillen boeken wordt genoemd: het staat zowel in Exodus, Levi-ticus als Deuteronomium. Als je geld leent aan iemand die armoede lijdt, gedraag je dan niet als een geldschieter en vraag geen rente van hem.
Maar zoals het zo vaak gebeurde, en vooral in de beste families, ofwel bij de groep van de rijke klasse, waartoe zeker ook de Farizeeën hoorden, hadden die allerlei uitwegen gevonden voor die bepalingen in de wet. Zo mocht je weer wel, vonden zij, rente vragen op goederen waarvan de lener al iets had. En een beetje tarwe en een beetje olie had iedereen thuis wel in huis. Het waren, zoals dat nu heet, streekproducten. Ook de schuldenaars hadden altijd nog wel een kruikje olie en wat meel om brood te bakken. En zo kon de wet weer worden ontdoken, zoals dat tegenwoordig door handige belastingconstructies nog steeds gebeurt.
Maar ook al kan het fiscaal misschien nog net door de beugel, ieder voelt dat de bedoeling van die wet daarmee omzeild, van het renteverbod ontkracht wordt.
En dat is wat de huisbeheerder nu terugdraait en daarmee de overtreding van het renteverbod ongedaan maakt. Hij rekent nu de eigenlijke prijs, zonder woeker, waarmee zijn broeder werkelijk zijn broeder weer wordt, bij wie hij in huis kan wonen. En daar gaat het in de Bijbel, in de tora om. Dat recht en gerechtigheid zullen heersen. Dat de rijkdommen eerlijk verdeeld worden en blijven, zodat niemand te kort komt. Want jullie, zo zegt Amos, kopen de zwakken voor een handvol zilver, de armen voor een paar sandalen, en jullie zeggen: ‘Ook het kaf verkopen we als graan!’ Nooit – en dit zweert de HEER op wie Jakobs volk zich laat voorstaan – zal ik een van jullie daden vergeten.
Ik geloof niet dat die woorden verdere uitleg nodig hebben. Maar je zou willen dat ze de harten van de rijken van deze aarde zouden bereiken. De mensen van de Amsterdamse beurs, de Londense stock market en de Amerikaanse Wallstreet. Maar ooit zullen toekomstige generaties zich dood generen voor ons onvermogen, onwil om een eind te maken aan ondervoeding, een eind aan de sloppenwijken, een eind aan armoede.
Misschien is het daarom dat de heer – of is het Jezus zelf – de handelwijze van deze gewiekste rentmeester prijst, omdat hij terugkeert tot eerlijke handel met eerlijke prijzen. En als we verontwaardigd zijn over zijn motieven , dan houdt Jezus ons voor: die man had tenminste door dat hij onmiddellijk moest handelen, wilde hij het vege lijf redden. En dat deed hij deed slim en gewiekst. En voegt er dan aan toe: Zo slim en gewiekst zouden jullie ook moeten zijn.
Direct hierna zal hij nog een verhaal vertellen: over de rijke man en Lazarus. Een contrastverhaal, dat níet goed afloopt, juist omdat de rijke man zich helemaal niets gelegen laat liggen aan Lazarus bij de poort. En die te laat tot het inzicht komt, dat hij tijdens zijn leven op aarde anders had moeten handelen.
Misschien begrijpen we dan ook de blijdschap van Jezus, als in Jericho een man wel op tijd tot dat inzicht komt en zichzelf bevrijdt uit de greep van het geld; als we hem dan horen zeggen: Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen, want ook hij is een zoon van Abraham. Misschien lukt het om met die zelfde blijdschap avondmaal te vieren, als we Jezus willen gedenken en God danken voor ieder die op tijd tot inzicht komt en zich realiseert dat er geen tijd meer voor uitstel is.