Gedoopt met vuur

Meditatie zondag 14 augustus 2016

Evangelielezing: Lucas 12:49-56

Ik zal nooit vergeten, toen ik zo’n vijftien jaar terug gesprekken had met een zgn. beroepskeuzeadviseur. Ik zat toen op een tweesprong en wilde me oriënteren op werk buiten de kerk. En het eerste wat hij me toen vroeg, was: waar is je vuur gebleven? Welk vuur,vroeg ik. Het vuur, waarmee je ooit aan dit werk bent begonnen?
Zo’n vraag laat je nooit meer los. Blijkbaar kun je je vuur kwijtraken. Blijkbaar kan het bedolven raken onder zoveel dingen die nog moet doen. Blijkbaar kan het uitdoven. 

Jij kijkt naar mij
Ik kijk TV
En je loopt naar de keuken
En je vraagt wat ik wil, koffie of thee
En ik denk

Ik wil vuur
Levenslang vuur
Want we leven misschien maar

 zevenhonderdduizend uur
En ik wil elk uur vuur

Jij kent de vragen die ik stel
Ik ken het antwoord wat jij geeft
En als ik zwijg en je vraagt wat ik voel
Dan tover ik met woorden

maar ik draai er omheen

Want ik wil vuur
Levenslang vuur
Want we leven misschien

maar zevenhonderdduizend uur
En ik wil elk uur vuur

En al die heren die ons regeren
Intellectuelen die zich vervelen
Hoor ze praten over alles met gezond verstand
Maar waar is hun hart
Het staat niet meer in brand

Want hun bezieling is dood
Het vuur is gedoofd
En idealen zijn verhalen
Waar geen mens nog in gelooft
En de tijd sleurt ons mee
Naar het einde van de eeuw
En ieder twijfelt maar niemand
Niemand schreeuwt
Er is niemand die schreeuwt

Maar de wereld die draait
Als een gek in het rond
Weg van de hemel
Recht in de afgrond
Maar jij en ik
Wij mogen ons niet laten vangen
We moeten leven voor een droom
En sterven van verlangen
Ja, jij en ik
Dat is alles dat telt
En zolang het hier duurt
Wil ik alleen maar
Vuur.

 

Ik weet niet of Stef Bos de uitspraak van Jezus op het oog heeft, maar het sluit er nauw op aan.  Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou ik graag willen dat het al brandde![1] Ik kan me voorstellen dat we van zo’n uitspraak schrikken. Dat onze gedachten onmiddellijk naar de bosbranden denken. Of dat we terugdenken aan de verschrikkingen van de vorige eeuw. De hel van Verdun, het bombardement op Rotterdam, de aanslag op de Twin Towers. Bij vuur denken wij eerder aan vernietiging, verwoesting, gewoon brand dan aan….[2]

Wat bezielt Jezus? Of beter Lucas, de evangelist om Jezus zulke dingen te laten zeggen? Alsof we al niet genoeg geconfronteerd worden met pijn, lijden  en verdriet? Alsof er al niet genoeg brandstichters zijn geweest, die de wereld met hun opruiende taal in brand hebben gestoken?

Nee, om goed te begrijpen, waar Jezus op doelt, moeten we naar het vuur van het brandoffer. Zoals dat in het Oude Testament beschreven staat. Moeten we naar die weddenschap op leven en dood tussen Elia en de priesters van de Baal, als Elia zijn tegenstanders uitdaagt: Ik ben de enige profeet van de HEER die nog over is. De profeten van Baäl zijn met vierhonderdvijftig man. Breng ons twee stieren. Zij mogen als eersten een stier uitkiezen. Laten ze die in stukken snijden en op een brandstapel leggen, maar ze mogen het hout niet aansteken. Ik zal de andere stier gereedmaken en op een brandstapel leggen, maar ik zal het hout niet aansteken. U moet de naam van uw god aanroepen, en ik zal de naam van de HEER aanroepen. De god die antwoordt met vuur, is de ware God.’ Heel het volk stemde met dit voorstel in.[3]

Om die laatste gaat het Elia. En gaat het ook Jezus. Want wat verwijt Elia hen?  Hoe lang blijft u nog op twee gedachten hinken? Als de HEER God is, volg hem dan; is Baäl het, volg dan hem.’ En zegt Jezus tot zijn toehoorders: Waarom bepalen jullie niet uit jezelf wat juist is?[4] Of zoals Oussoren het vertaalt: en waarom oordeelt ge niet ook uit uzelf  wat rechtvaardig is?

Die oproep geldt ons allemaal. Zowel Elia als Jezus roepen de mensen op om niet langer te af te wachten, te schipperen, te polderen, maar om te kiezen. Geen slaaf kan twee heren dienen, want hij zal òf de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen èn Mammon.[5]  Dat hield die evangelist – dominee- ook de jongeren in Antares voor na afloop van de favela games, nadat ze allemaal een medaille hadden gekregen. Als ergens de zuigkracht voelbaar, tastbaar is van de mammon, dan voor deze jonge jongens, de meesten niet ouder dan twaalf, vijftien jaar. Als ze zich laten ronselen om te gaan werken in een drugsbende, dan zullen ze het in negen van de tien keer niet overleven. Maar vroeg of laat door politiekogels sterven. Maar ik heb ook het alternatief van die jongens gezien en geproefd: een leven in stinkende, smerige armoede. Dan ga je begrijpen dat deze kids dat zo snel mogeljk willen ontvluchten en hetzelefde dure leven willen leiden als de mensen in de de betere wijken: de badgasten op de Copacabana. Dezelfde auto’s willen kopen, dezelfde merkartikelen willen dargen, dezelfde Iphones en een zonnebril van hetzelfde merk als ik.

Er is in onze kerk vroeger veel gepreekt over de  brede én de smalle weg:[6] nou, nergens is die voor mij zo zichtbaar geworden als op de avond na de favela games, toen ik met de groep vrijwilligers terugliep naar het treinstation; onder het licht van een lantaarnpaal lagen links van mij grote plastic zakken op een geimproviseerde toonbank uitgestald. Eerst dacht ik dat het waspoeder was; dat kwam, omdat ik nog nooit coke en crack had gezien. Achter de tafel zag ik uit mijn ooghoeken twee dealers met pistolen onder hun broekriem; even later zag ik nu op de rechterkant opnieuw onder een lantaarnpaal een soort mini- openlucht kerkdienst met een luidschreeuwende voorganger in driedelig pak.

En op moment realiseerde ik me hoe belangrijk het werk is van die man, die dertig jaar geleden in zijn eentje begon om voedsel uit te delen aan de straatkinderen van Rio. Hij is voor de mensen daar een bron van hoop, van licht in de nacht. Iemand, die zich hun lot aantrekt en hen wil helpen een ander leven te beginnen. Niet alleen door hen sport en aanvullend onderwijs aan te bieden, maar veel meer door hen een gevoel van eigen waarde te geven. Self esteem, noemen psychologen dat.[7] Principieel draagt hij geen wapens, principieel weigert hij bescherming van de politie – dat zou zijn werk alleen maar hinderen en principieel is hij op zoek naar kinderen, jongeren, die hij kan redden. En gelooft u me, de gouden plak, die de jongeren uit de vier deelnemende favela’s kregen uitgereikt, betekent voor hen net zoveel als die van de echte spelen.

Maar er is ook een andere kant, die deze man kent. Toen we samen in zijn auto naar het beroemde Christbeeld reden, vertelde hij hoe hij om kinderen te redden soms een deal met de duivel moet sluiten; en hoe hij omgekeerd voortdurend argwanend door de politie van Rio in de gaten wordt gehouden. Politie, die er niet voor terugdeinst kinderen in koelen bloede te vremoorden.[8] Het betekent een voortdurend balanceren op een smal koord.

Want wie verzet aantekent tegen de bestaande structuren, wie – ook al is het geweldloos – weerstand biedt tegen de machthebbers lokt agressie, geweld, haat en verdeeldheid op.

Bij de aanvaarding van zijn eredoctoraat in Leuven zei bisschop Romero twee maanden voor zijn geweldda­dige dood: ‘Hier staat de kerk voor de meest fundamen­tele keuze van haar geloof; of zij kiest partij voor het leven, of zij kiest partij voor de dood. Onpartijdigheid is niet mogelijk. Wij staan in dienst van het leven van de Salvadorianen of wij zijn, door niets te does, medeschul­dig aan hun dood. Ofwel we geloven in de God van Abraham, Izaäk en Jakob, de God van de levenden, ofwel wij dienen de afgoden van de dood.’

En zei Buskes in 1941: Het éne geloof zegt telkens ja. Ja tegen de éne openbaring van de éne God in de éne Heer, die de Waarheid is. En dit ja is een juichkreet, omdat het de stem van de Goede Herder hoort, die Zijn Leven voor Zijn schapen gesteld heeft en hen allen bij name roept, om hen te maken tot één kudde. Maar dit éne geloof zegt ook telkens neen. Neen tegen de vele openbaringen van de vele goden en de vele heren, die de Waarheid niet zijn, maar de leugen. En dit neen is een noodkreet, omdat het de stem van de huurling hoort, wie de schapen niet toebehoren, die vlucht als de wolf komt en de schapen alleen laat, of de stem van de vreemde – dief en moordenaar – die alleen komt om te stelen, te slachten en te verdelgen.

Belijden van het ene geloof betekent: strijden, en zo nodig: lijden. De kerk van het éne geloof is de strijdende en de lijdende kerk.[9]

Dat is het kenmerk van vuur: echt vuur laat nooit lauw,  maar roept reacties op, brengt scheiding te weeg[10] Er is iets grondig mis met de manier waarop we leven. Door het allesoverheersend materialisme, het blinde vertrouwen in de vrije markt en de minachting voor de publieke sector zijn we de afgelopen decennia uit het oog verloren dat er alternatieven zijn.

Waar is je vuur gebleven? vroeg die beroepskeuzeadviseur mij. Eigenlijk wist het heel goed waar het was. Ik had het opgesloten achter grendels, want ik wist dat, als het ik het zou bevrijden en het zou gaan branden, dat ik dan voor de keuze kwam te staan.

En Jezus’ woorden mij in het gezicht zouden striemen: huichelaar, je weet donders goed wat rechtvaardig is en wat niet door de beugel kan. Maar je durft het niet te zeggen. Niet tegen je collega’s, niet tegen je familie. Niet tegen je vrienden. Of niet?

Jezus’ woorden striemen, misschien ook u. Maar Jezus heeft geen sancties. Als we onze schouders er over ophalen, de kerk uitstappen, het geloof vaarwel zeggen, of wat ook maar, dan blijft dat zonder gevolgen. Zonder straf, zonder boete. Jezus heeft geen macht, geen sancties. Kan niemand dwingend iets opleggen. Het enige wat hij heeft, is zichzelf. Zijn leven. En met dat leven doet hij een humanitair appèl op een ieder van ons.  Door het te geven als een offer. Jezus kende het lot van Israëls profeten en Je­zus wist dat het vuur, dat hij op aarde wilde brengen, uiteindelijk hemzelf zou gaan ver­te­ren. Want zo sprak hij: Ik zal de vuurdoop moeten ondergaan en ik zie er vrese­lijk tegen op, totdat het volbracht zal zijn. [11]Als ergens het mens-zijn van Jezus aan het licht komt, dan wel in deze woorden.

Had hij niet een uitweg kunnen kiezen, de dood kunnen vermijden? Zeker, maar Jezus wist dat hij alleen door z’n inzet tot de het einde, z’n trouw tot aan de dood het uur van de waar­heid dichterbij zou kunnen brengen. Zo en niet anders zouden mensen gedwongen worden om een keuze te maken voor of tegen hem. Alleen door de uiterste consequentie te trekken uit zijn eigen woorden, door ze als het ware met zijn bloed te onderstrepen, alleen door zichzelf op te offeren in de confrontatie met de geves­tigde macht, wist Jezus dat niemand meer om hem heen zou kunnen.  En iedereen een keuze zou moeten maken: voor of tegen Jezus, een valse of een ware profeet, een valse of een ware Messias, een volksmisleider of een mensenzoon.

Maar hoe God over hem denkt, is bekend. Hij heeft hem opgewekt en gezuiverd van alle blaam. Gerehabiliteerd tot in eeuwigheid.

En het vuur, waarnaar Jezus zo verlangde? Lucas vertelt hoe het vuur vanuit de hemel op aarde wordt geworpen, ingego­ten in de harten van de mensen die wel van goede wil waren maar het vuur misten. Het is het vuur van de Sinaï, van de Karmel. Het is het vuur, waarnaar Jezus had verlangd. Als het echt ontvlamt zal het geen binnenbrandje meer mogen zijn, maar een uitslaande brand die van verre zichtbaar is. Amen

 

[1] Lucas 12:49

[2] Het is opvallend dat vroegere bijbelvertalingen terughoudender zijn: Vuur ben Ik komen werpen op de aarde en wat is mijn wil, als het reeds ontstoken is? Ik ben gekomen, om vuur op de aarde te werpen; en wat wil Ik, indien het alreeds ontstoken is ? Maar de nieuwe vertalingen en ook de buitenlandse laten geen keus: we kunnen er niet om heen: (475) Jezus noemt zich iemand, die vuur wil brengen. En er naar uitziet dat het gaat branden.

[3] 1 Koningen 18:18-22

[4] Lucas 12:57

[5] Luke 16:13

[6] Mat. 7: 13-14De metafoor van de brede en de smalle weg is onderdeel van de Bergrede, volgens de christelijke overlevering de rede die Jezus hield op een berg in Galilea. “Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang.

Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.”

[7] In sociology and psychology, self-esteem reflects a person’s overall subjective emotional evaluation of his or her own worth. It is a judgment of oneself as well as an attitude toward the self. Self-esteem encompasses beliefs about oneself, (for example, “I am competent”, “I am worthy”), as well as emotional states, such as triumph, despair, pride, and shame.[1] Smith and Mackie (2007) defined it by saying “The self-concept is what we think about the self; self-esteem, is the positive or negative evaluations of the self, as in how we feel about it.”[2]:107 Self-esteem is attractive as a social psychological construct because researchers have conceptualized it as an influential predictor of certain outcomes, such as academic achievement,[3][4] happiness,[5] satisfaction in marriage and relationships,[6] and criminal behaviour.[6] Self-esteem can apply specifically to a particular dimension (for example, “I believe I am a good writer and feel happy about that”) or a global extent (for example, “I believe I am a bad person, and feel bad about myself in general”). Psychologists usually regard self-esteem as an enduring personality characteristic (“trait” self-esteem), though normal, short-term variations (“state” self-esteem) also exist. Synonyms or near-synonyms of self-esteem include: self-worth,[7] self-regard,[8] self-respect,[9][10] and self-integrity.

[8] http://www.amnesty.nl/rio2016 Rio de Janeiro: veel politiegeweld in Olympische stadVan 5 tot en met 21 augustus vinden in Rio de Janeiro de Olympische Spelen plaats. Sinds de toewijzing van de Spelen in 2009 zijn in Rio meer dan 2.500 mensen door de politie doodgeschoten. Dit jaar vielen al meer dan honderd slachtoffers, vooral in de favela’s (sloppenwijken), waar de politie eerst schiet en dan pas vragen stelt. Politiegeweld hoort niet bij een sportfeest als de Olympische Spelen.

Johnatha (19) woonde in de favela in Rio de Janeiro. In mei 2014 ontstonden er spanningen in zijn buurt. Kinderen gooiden stenen naar politieagenten die hun voetbalveldje vernietigden. Johnatha had zijn vriendin thuis afgezet, toen hij bij de schermutselingen betrokken raakte. Agenten probeerden de jongeren uiteen te drijven. Die renden alle kanten op. Johnatha werd door een politiekogel zijn rug geraakt. Hij was een van de 580 dodelijke slachtoffers van politieoptreden in de staat Rio de Janeiro in 2014. De autoriteiten beloofden dat Rio de Janeiro een veilige Olympische stad zou zijn. De werkelijkheid is echter anders. Sinds Rio in 2009 de Olympische Spelen van deze zomer kreeg toegewezen, zijn bijna 2.500 mensen door politiekogels gedood. Zeker in de sloppenwijken halen agenten gemakkelijk de trekker over. De meeste slachtoffers zijn jonge zwarte mannen uit deze favela’s.

https://decorrespondent.nl/5036/De-politie-van-Rio-executeert-kinderen-zodat-alles-rustig-lijkt door Roxanne van Iperen, 5 aug. 2016

Een nieuwe dag. Ik open Facebook en scroll door de berichten. Mensen hebben hardgelopen, een kind is jarig, iemand drinkt cappuccino. Dit is Nederland. Maar dan: een foto van een roodgevlekt laken over een lichaam op de stoep, kinderen zitten er stoïcijns naast. Bloed sijpelt in dunne banen over de rand, naar de straat. Dit is Brazilië. Ik lees het bericht onder de foto: ‘Er is vandaag weer een jongen vermoord in de favela! In minder dan een week zijn er tien jongeren geëxecuteerd in de favela’s van Rio, door de staat, door de militaire politie. Ze doden willekeurig mensen om het valse gevoel te verkopen dat alles ‘rustig en vriendelijk’ is voor de toeristen die van de Olympische Spelen komen genieten. Het is niet normaal!’ Dit schreef Amnesty over de politiedoden van Rio de Janeiro (tien per week).

Alle aandacht gaat momenteel naar de economische en politieke crisis waarin Brazilië verkeert. Het land beleeft de ergste recessie in honderd jaar en President Dilma Rousseff ziet een afzettingsprocedure tegen zich aangespannen door het Lagerhuis, waarvan de meerderheid Lees hier meer over corruptie in het Lagerhuis. van de congresleden zelf verdachte is in een corruptieonderzoek. Over de Olympische Spelen, die over minder dan vier maanden in Rio plaatsvinden, zie je wat blitse filmpjes voorbijkomen, sportnieuws en soms een artikel over een olympisch park dat misschien wel, of niet, op tijd afkomt.

Door een relatief rustig verlopen WK Voetbal in 2014 en de talloze reportages over het succes van de schoongeveegde favela’s van Rio, lijkt een beeld te zijn ontstaan dat het met de Spelen wel goed komt. Sepp Blatter, die in de aanloop naar het WK zijn zorgen over en kritiek op de organisatie niet onder stoelen of banken stak, complimenteerde Brazilië achteraf met de fantastische prestatie die het land had neergezet. Lees hier meer over Sepp Blatters ‘blije’ reactie op Braziliës handelen in aanloop naar het WK Voetbal.

Maar achter deze sportevenementen-pr gaat voor de inwoners van Rio de Janeiro een donkere realiteit schuil. Het Facebookbericht dat ik hierboven aanhaal is daarvoor exemplarisch. Het is van Raull Santiago, een jongen van 27 uit Complexo do Alemão: een enorme wijk in het noorden van Rio de Janeiro, bestaande uit achttien favela’s. Want wat speelt daar nu echt?

Brazilië staat bekend om zijn veiligheidsproblemen, met een voortslepende drugsoorlog en een geweldscultuur als erfenis van de dictatuur. Dit verhaal schreef ik over de erfenis van de dictatuur: illegale milities die het land in hun greep houden. In het kader van het bid- en organisatieproces voor het WK en de Olympische Spelen beloofde de staatsveiligheidschef, José Mariano Beltrame, aan toenmalig president Luiz Inácio Lula da Silva dat hij Rio de Janeiro zou transformeren. In 2008 startte hij zijn plan: het heroveren van terrein waarop drugsbendes heersen om er een permanente politiepost te vestigen – de zogenaamde Pacificatie Politie Units of UPP.

[9] Dr. J.J. Buskes, Droom en protest, pg. 80 vv

[10] Tony Judt Necrologie NRC: Zo nam hij, sinds 1987 docent aan New York University, scherp stelling tegen de regering van George W. Bush en diens catastrofale buitenlandse politiek. En hij stak zijn nek uit door naar Amerikaanse maatstaven ongebruikelijk felle kritiek te uitten op Israël, dat zich steeds meer zou ontwikkelen tot een oorlogszuchtige, onverdraagzame en door het geloof gedreven etnische staat. Van een joodse staat zou het land zich moeten omvormen tot een binationale staat voor zowel Joden als Arabieren. In maart 2010 nog verscheen een moreel bevlogen boek, dat hij gedicteerd had aan medewerkers. Ill Fares the Land is een pleidooi voor een typisch Europees fenomeen: de sociaal-democratie. Het blad werd overspoeld met boze brieven, Judt werd uitgemaakt voor antisemiet en zelfhatende jood. Een ander tijdschrift, The New Republic, verwijderde hem uit de vaste groep commentatoren. Het Poolse consulaat annuleerde na druk van twee pro-Israël-organisaties een bijeenkomst waar Judt zou spreken. En critici verweten hem dat zijn idee van Palestijnen en Israëliërs in hun gezamenlijke staat hen zou veroordelen tot een permanente staat van oorlog, met de Palestijnen al snel in de meerderheid – typisch het soort naïviteit dat hij in Franse intellectuelen uit een andere tijd zo sterk had veroordeeld.

Maar Judt liet zich het zwijgen niet opleggen, niet door critici en zo lang het ook maar enigszins mogelijk was ook niet door zijn ziekte.

[11]Lucas 12:50