De dominee van mijn kinderjaren

Terug van vakantie zag ik aan de noorderkant van de kerk een vers graf. Ik besteedde er verder geen aandacht aan en liep verder om het pas gerestaureerde hek te bewonderen. Maar de dag erop op, toen ik op bezoek was bij mijn overbuurman, kwam het gesprek terloops op een recente begrafenis op ons kerkhof. “Ja, dat was afgelopen vrijdag.” vertelde hij. “”Iemand, die ik misschien heb gekend?” vroeg ik voorzichtig.” “Van naam vast wel!”, antwoordde hij. “Wie was het dan?”, wilde ik weten. “Het was dominee Smilde.” “U bedoelt: dominee Bernhard Smilde?“ “Ja, die bedoel ik.”
En ineens zag ik mijzelf weer zitten in de kerk van Gorredijk. De oude boerderij aan de Brouwerswal, waarvan de schuur tot kerkzaal was omgebouwd. Op de banken, waarvan de verf half afgebladderd was, zuigend op een muntje, dat ik van mijn moeder had gekregen – mijn vader zat voor in in het dia-ken bankje – luisterde ik ademloos naar de man in het zwart. Wat hij zei, begreep ik niet, maar zijn stem hield mij tot het einde geboeid.

Een jongetje op zondagmiddag,
Dat niets begrijpt maar alles hoort
Verliefd is op de stem van vader
Die rustig voorleest uit Gods woord
In de verte loeien koeien
Een eendejager lost het schot
Maar niets verstoort de stem van vader
Die voorleest uit het woord van God

Jongetje op zondagmiddag
In de ban van vaders stem
Dat niets begrijpt maar heel goed luistert
Of hij zacht klinkt of met klem
Jongetje op zondagmiddag
Dat niets begrijpt van de heilige geest
Maar hoort dat die stem op zijn mooist klinkt
Als vader uit de bijbel leest

Wat Freek de Jonge met zijn vader, dominee de Jonge, had, had ik als kind met dominee Smilde. En gek genoeg, ook al is het bijna vijftig jaar geleden en ook al kan ik geen enkele preek van dominee Smilde navertellen, zijn stem kan ik moeiteloos in mijn geheugen oproepen. En dan hoor ik hem weer in het fries preken: de taal, waarin hij als voordrachtskunstenaar exceleerde.
En ik herinner me nog goed, toen ik besloten had om theologie te studeren – in Amsterdam nog wel! – dat mijn moeder mij bij de trap aanklampte en mij in het oor fluisterde dat er boven in de huiskamer iemand op mij stond te wachten. Ook al was hij al lang naar elders vertrokken, daar stond de dominee uit mijn kinderjaren met een dik boek in zijn hand. “Kijk, jongen, dit is voor jou!. Voor het fonds.” Ik kende het woord tot nu toe alleen van het monopolyspel, maar toen ik de titel las, had ik toch wel door dat dominee Smilde met fonds iets anders bedoelde. Met zijn gelukwensen erbij kreeg ik het boek in handen gedrukt. De belijdenissen van Augustinus, las ik op de kaft.
Tien jaar later dook dominee Smilde weer op. Nu in de pastorie van Grou. Voor ik het wist, lag hij op de grond met de treintjes van onze oudste zoon te spelen. “Ik heb nog een boek van u,” stamelde ik. “En heb je er wat aan gehad?” “O ja, machtig interessant.” loog ik. Hij keek me onderzoekend over zijn bril aan.
Toen ik na twee-en-twintig jaar – nee, niet het testament opmaakte van mijn jeugd – maar wel terug-keerd was in Freisland, hoorde ik dat dominee Smilde bij wijze van spreken om de hoek woonde. Toen ik hem belde, herkende hij mijn stem niet direkt, maar toen ik vertelde wie ik was, kon hij me moeiteloos plaatsen. Maar een bezoek hield hij af. Daarvoor voelde hij zich te zwak.
Nu ben ik daarom nog maar eens naar het kerkhof gelopen. En heb even stil gestaan bij het graf van de dominee van mijn kinderjaren. En beseft dat de rollen nu zijn omgedraaid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*