Terug naar de kust

gerard rinsma & sjoukje van't spijker

Mr. Tambourine Man meets Maggie MacNeal

Na drie maanden voel ik me nog steeds een beetje als Kuifje. Voor degenen die Kuifje niet kennen; Kuifje is een jong kereltje die samen met zijn hondje Bobby de wereld rond reist en hierbij allerlei avonturen beleeft. Ik heb dan wel geen ‘kuifje’ meer en ook geen hondje bij me, maar ik knijp nog regelmatig eens in mijn arm en neurie soms tot zelfs in een kerkdienst een liedje van vroeger:

Ik wil terug naar de kust,

heel ongerust

zoek ik de weg naar de kust,

bijna niet bewust

van de dreiging dat daar m’n jeugd voorbij ging.

Mist en regen, westenwind.

Zeg mij of ik ’t ooit weer vind.

En tijdens één van die avonturen ging ik op bezoek bij een heer op leeftijd. Hij had uit nieuwsgierigheid een dienst in onze kerk bezocht en wilde daarna wel eens met mij kennismaken. Om die reden bel ik op een donderdagochtend aan op de zoveelste verdieping. Nog een beetje buiten adem vanwege alle trappen. En als er word opengedaan, valt bij de eerste blik in de woonkamer mijn oog op een foto van een jonge vrouw; vrolijk-vriendelijke ogen kijken onbevangen de wereld in. Een oudere foto al; qua kleur en opmaak herinnert het me aan de jaren zeventig (van de vorige eeuw J) en vaag komt het mij bekend voor. “Ja, dat is mijn dochter”, antwoordt mijn gastheer. Beroepshalve vermoed ik een tragisch verhaal achter de foto, maar met nog maar één voet over de drempel durf ik er niet onmiddellijk naar te vragen. En hoewel mijn gastheer een opgewekt man is, die aanstekelijk over zijn leven kan vertellen, – kende ik z’n broer? Die was ook dominee, nu zelfs professor. – toch glijden mijn ogen zo nu en dan weer naar die foto in het wandmeubel. “Dat is onze Sjoukje”, vertelt hij, als hij mijn blik opmerkt. “Ze is genoemd naar haar grootmoeder.” Dan besluit ik om het toch maar te vragen. “Leeft ze nog?” “O ja, hoor, ze is gelukkig getrouwd en komt regelmatig op bezoek.” Ongemerkt lucht mij dat toch op, maar tegelijk voel ik mijn nieuwsgierigheid groeien. “Ik vind het een heel mooie foto.” “Ja, toen was ze nog jong.” Hij staat op en zijn ogen beginnen te twinkelen. “Ik heb hier nog een veel grotere hangen.” Ik volg hem door een smal gangetje naar zijn werkkamer en sta daarna oog in oog met een levensgroot portret. Om mijn fascinatie enigszins te verbergen mompel ik zo neutraal mogelijk: “Haar gezicht komt me vertrouwd voor.” Hij glimlacht. “Ze heeft jarenlang gezongen.” “Ik begrijp het”, zeg ik, terwijl ik in een steeds razender tempo de uithoeken van mijn geheugen scan. ‘Waar kende ik dit gezicht van? Had ze misschien op dezelfde school gezeten, of was ik haar eens op de universiteit tegen gekomen?’ “Ze heeft vroeger nog een paar plaatjes gemaakt.” “Plaatjes?” “Ja, met haar compagnon.” Aha, ze had dus in een duo gezongen. “Ze waren“, zo ging mijn gastheer verder, “door de platenmaatschappij aan elkaar gekoppeld, maar hij was zó’n ongelikte beer; ik heb hem nog eens de deur gewezen.” Opeens krijg ik een vaag vermoeden. “Hoe zag die compagnon er uit?” “Nou ja, wat zal ik zeggen, het was een zestiger-jaren type, woeste haren, ruige baard en gekleurd brilletje op.” Ik voel me weer even het jongetje van toen: van de platenzaak met de nieuwste Top 40 op weg naar huis. “Die zanger”, zeg ik, “hoe heette die?” “Duyn was zijn naam. Duyn met een lange y. Willem Duyn.” Op dat moment is het, alsof er een steekvlam door me heen schiet. “Dus u bent de vader van….?” Opnieuw twinkelen z’n ogen. “Zoals ik al zei: van Sjoukje.”

TOP 2000

Op haar heb ik dus daarna gestemd. In de top 2000 van 2012 stond ze nog op nr. 960, maar als ze haar song draaien, hoop ik dit verhaal op de radio te mogen vertellen. Want zoals die overige 3,3 miljoen andere Nederlanders draag ik die Top 2000 een warm hart toe. Zoals op de website te lezen staat: ‘de beste muziek aller tijden met de mooiste nummers ooit gemaakt door de beste artiesten.’

Maar dat is op zichzelf geen reden om in een kerkblad er over te schrijven. Waarom ik het toch doe, is omdat ik de Top 2000 een fenomeen vind. In de meest donkere dagen van het jaar (tussen kerst en oud en nieuw) verbindt de continu-uitzending van die lijst mensen in alle hoeken en windstreken van ons land en zelfs ver daarbuiten. Via radio, televisie, internet, facebook, twitter en wat nog meer raken we met elkaar verbonden en wisselen we verhalen en herinneringen uit. We steken nog net geen kaarsje aan, “maar”, zo schrijft een socioloog in een onderzoek naar dit fenomeen: “omdat veel van die herinneringen herkenbaar zijn voor anderen, omdat ze in een bepaalde levensfase en in een bepaald tijdsgewricht zijn ontstaan, resulteert dit al snel in een ‘weet-je-nog-wel’-gevoel, dat bij uitstek ook een krachtige prikkel is voor het scheppen van een onderlinge band in onze geïndividualiseerde samenleving. (…) Het zijn eigenlijk altijd herinneringen met een uiteindelijk positieve ondertoon, waar ook met een bepaald relativeringsvermogen op wordt teruggeblikt. Voeg daarbij de nostalgie, die op haar beurt ook de onderlinge samenhang bevordert en je hebt een uitermate krachtige mix van factoren, die samenkomen in de Top 2000. Dat is dan ook het geheim van de Top 2000: de lijst koppelt de universele oerkracht van muziek aan allerlei belangrijke, individuele emotionele herinneringen en voegt, als katalysator, een schep nostalgie toe.[1]

Maar, denk ik dan als predikant, geldt heel deze bovenstaande beschrijving ook niet voor kerst? Natuurlijk moet ik als theoloog en voorganger zeggen dat het in de eerste plaats het feest is van de geboorte van Jezus Christus, en als historicus dat het geboorteverhaal van Lucas in de derde eeuw door een romeinse keizer op het heidense zonnewendefeest van Sol Invictus is geplakt. Maar wie met een sociologische blik naar onze kerstvieringen kijkt, zal moeten toegeven, dat mensen meer dan op andere dagen op zoek zijn en verlangen naar verbinding: met elkáár én met – laat ik het zo zeggen – de herders van toen, die de hemel zagen opengaan, daarna de engelen hoorden zingen en het kind uit de hemel in een kribbe vonden. ‘Made in heaven.’ En dezelfde ingrediënten, die de Top 2000 tot een fenomeen maken – muziek, zang, verhalen, herinneringen – hebben we als kerk met kerst al ruim in huis. En omgekeerd kan het daarom geen toeval zijn, dat de Top 2000 begint, op het moment dat de kerstdiensten in de kerk eindigen. Van 25 december 12.00 uur tot en met 31 december 23.59 uur wordt de Top 2000 uitgezonden op Radio 2.

 


[1] Ad Vingerhoets, De muziek zegt alles – De Top 2000 onder professoren: Muziek en emoties: een wetenschappelijk raadsel, 2011. In onze cultuur blijken bijvoorbeeld de eerste romantische relaties niet zelden te ontstaan in een omgeving, waarin muziek een belangrijke rol speelt, of dat nu de kermis, een schoolfuif, een popconcert of een disco is.