de ware Zoon van God is trouw aan mensen

Meditatie ds. Gerard Rinsma Zondag 12 januari 2014

1ste schriftlezing: Jesaja 42:1-7
Evangelielezing: Mattheüs 3:13-17

bellini-baptism-of-christJe zou het misschien niet zeggen, als je deze afbeelding van Bellini (1500) ziet, maar door de eeuwen heen heeft de doop van Jezus door Johannes christenen onnoemelijk veel moeilijkheden bereid. Een echo ervan hoor je terug in het protest van Johannes: ‘Maar Johannes probeerde hem tegen te houden met de woorden: ‘Ik zou door u gedoopt moeten worden, en dan komt u naar mij?’
Het is misschien te vergelijken – om het even in onze tijd te plaatsen – wanneer ik op een zondag naar Drachten zou gaan en me daar in Bethelkerk van ds. Bottenbleij zou laten herdopen. Zou u toch een beetje gek kijken. Zou u zeggen: u bent toch al gedoopt. Waarom dan opnieuw? Zou u misschien opmerken: en waarom dan juist in Drachten en niet bij ons?
Voor de goede orde: ik ben Jezus niet. Ik noem me zelf een vriend van, een volgeling van, een christen. Maar als ik de prediking van ds. Bottenbleij en die van Johannes de Doper met elkaar zou vergelijken, dan zie ik toch een aantal overeenkomsten. Want wat verkondigde Johannes? ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!’ Toen hadden ze nog geen verkeersregelaars, maar wel stroomden ook toen uit Jeruzalem, uit heel Judea en uit de omgeving van de Jordaan de mensen toe , en ze lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden.
En als Johannes ziet dat er ook veel farizeeën en sadduceeën op zijn doop afkomen, dan heft hij tegen hen een ouderwetse donderpreek aan: ‘Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel? Breng liever vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, en denk niet dat je bij jezelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken! De bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vrucht draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.
Ik moet u eerlijk bekennen dat ik dit soort prediking tegen de borst vind stuiten. Alsof je iemand een pistool op de borst zet: en je toesist: en nou onmiddellijk vruchten voortbrengen, anders ga je er aan. Maar ondanks die dreigende taal vertellen alle evangeliën dat Jezus zich uit eigen vrij wil door deze Johannes, deze boeteprediker heeft laten dopen.
Maar als je het nauwkeuriger bestudeert, dan ontdek je dat elk evangelie er een eigen accent, een eigen betekenis aan die doop geeft.
Het oudste, het vroegste evangelie, dat van Markus, kent geen kerst- en geen geboorteverhaal; dat evangelie begint met de doop; hoe Jezus als het ware door God wordt geadopteerd. Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’
Maar bij Mattheüs was dat al vanaf zijn geboorte duidelijk: door Zijn naam Immanuel, die is ingefluisterd door de engelen, door het geslachtsregister dat helemaal teruggaat op Abraham en tenslotte door de ster, die aan de hemel verschijnt, weten zijn lezers al dat hij Zoon Gods is en wel vanaf zijn verwekking in de moederschoot.
Maar juist daardoor wordt voor deze christenen in het geval van Jezus juist die ‘doop tot zondevergeving’ een probleem. Waarom moest de zoon Gods zich aan dat met verdoemenis dreigende Dopertje onderwerpen en zich laten dopen? Hoe rijmt men dat met de christelijke belijdenis omtrent Jezus, de Christus, Zoon Gods, onze Heer?
Om die reden horen we in dit evangelie Johannes protesteren tegen Jezus’ voornemen. Sterker: hem proberen tegen te houden om door hem gedoopt te worden. Waarom? Om dat het niet past, niet hoort. We horen dat nog duidelijker in de oude NBG vertaling: Ik heb nodig door U gedoopt te worden en komt Gij tot mij? En in de Engelse vertaling: “I need to be baptized by you, and do you come to me?” En in de duitse: Ich bedarf wohl, daß ich von dir getauft werde, und du kommest zu mir? Want Johannes had Jezus al erkend als Sterkere en Meerdere: ‘na mij komt’, had hij gezegd, ‘iemand, die sterker is dan ik, wiens schoenriem ik niet waardig ben, nederbukkende, los te maken.’ Kortom: zelfs het nederigste slavenwerk zou voor Johannes nog te veel eer zijn. En zou nu uitgerekend deze slaaf zijn heer en meester moeten dopen?
Maar Jezus antwoordt: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.’ Lit my no mar gewurde. Sa dogge wy op ’en bêsten, wat God wol.
Ook die zin, dit antwoord vinden we alleen bij Mattheüs terug. Omdat hij als enige er van getuige was en als enige heeft opgevangen? Nee, maar wel, omdat Mattheüs een prangende vraag wil beantwoorden
Namelijk deze: wat betekent het om zoon van God te zijn, te heten? Wat voor zoonschap is dat? Fysiek, biologisch, genetisch? Sprekend zijn vader? Of is het een aangenomen zoonschap, een adoptie, zoals Marcus het weergeeft? Ook de romeinse keizers noemden zich zoon van God. Of is het een theologisch begrip?
Misschien mag ik even het vergrootglas erbij halen; als het Mattheüs gaat om met Jezus’ doop door Johannes duidelijk te maken hoe we het zoonschap van Jezus moeten zien, dan is het antwoord van Jezus de sleutel. Want, zo horen we Jezus zeggen, aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen.
Het gaat mij om het woordje ‘alle’. Jammer genoeg is dat in de nieuwe vertaling verdwenen. Maar in dat woordje ‘alle’ ligt het verschil tussen u en mij aan de ene kant en Jezus aan de andere kant. In dat woordje ‘alle’ ligt het verschil tussen de leerlingen en christenen enerzijds en Jezus anderzijds. Want zegt Mattheüs van óns en alle andere leerlingen, dat ze gerechtigheid ‘doen’ , uitsluitend van Jezus zegt hij, dat hij alle gerechtigheid ‘vervult’, d.i. Jezus doet gerechtigheid zowel ten volle uit als in volledige gehoorzaamheid.
En voor Mattheüs betekent alle gerechtigheid doen of vervullen niet alleen ‘de thora’, de ritule en cultische regels, naleven, maar het geheel van Gods wil doen; en daarvan is de thora en voor zowel Jezus als de toenmalige joden ook de boetedoop-van-Johannes slechts een onderdeel.
En in de Bergrede maakt Jezus dat verschil nog eens duidelijk: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.
Met andere woorden zegt Jezus in het Mattheüs-evangelie: mensen zijn Gods geliefde zonen en dochters, als ze Gods wil gehoorzamen. Daarin is Jezus ons voorgegaan; daarin is hij oer- en voorbeeld voor ons allen, wordt ons als voorbeeld voorgehouden.
En daarom horen we in zijn evangelie de stem uit de hemel niet tot Jezus spreken, maar tot ons: Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb. De stem richt zich niet tot Jezus, maar tot ons. En als ik dat in de memmetaal mag laten horen. Dit is myn Soan, myn ynleave Jonge, dêr’t Ik sa wiis mei bin. Zo innig is de verwantschap. Het had mijn eigen vader kunnen zijn. En in gedachten hoor ik er achter aan. Wês in bytsje sunich mei him. En tegen mij: ik ha dy altyd al warskôge.
Maar dat was mijn aardse vader. De hemelse vader zegt iets anders. Bij de verheerlijking op de berg horen Petrus, Johannes en Jacobus weliswaar dezelfde woorden als bij de doop in de Jordaan. ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’ Maar met de toevoeging: Luister naar hem!’ Harkje nei Him. Niet alleen akoestisch, maar daadwerkelijk door gehoor te geven. Want ‘gehoorzaamheid’ was en is in het alledaagse leven van de joden het kenmerk van zoonschap.
Verderop zal Jezus dat illustreren met een gelijkenis: Iemand had twee zonen. Hij zei tegen de een: “Jongen, ga vandaag in de wijngaard aan het werk.” De zoon antwoordde: “Ik wil niet,” maar later bedacht hij zich en ging alsnog. Tegen de ander zei de man precies hetzelfde. Die antwoordde: “Ja, vader,” maar ging niet. Waarop Jezus verder gaat en aan zijn toehoorders vraagt: Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?’ Ze zeiden. Ja, weet u nog wat ze zeiden? ‘De eerste’, zeiden ze.
Ja, maar, zouden wij misschien zeggen, wat wordt er dan van ons ver-wacht? Hoe invulling geven aan die gehoorzaamheid?
Mag ik dan geen gitaar spelen, geen saxofoon meer aanraken, piano op slot, moet ik dan naar de kerk, het liefst ook nog twee keer? Sommigen zullen het misschien herkennen? Of van hun ouders nog wel te horen hebben gekregen: niets mogen en alles moeten. En soms bestaat dat beeld nog steeds bij de buitenwacht: mogen jullie dan fietsen op zondag? Mogen jullie voor het huwelijk met elkaar naar bed? En in het zuiden hoorde ik vaak vragen: mogen jullie trouwen?
Maar wie het Mattheüs evangelie goed leest, zal ontdekken, dat het daar niet om gaat. Niet de gehoorzaamheid van: alles moeten en tegelijk niets mogen. Dat is de gehoorzaamheid van een slaaf. Dan spreken we van plicht.
Maar de gehoorzaamheid van Jezus wordt niet vanuit plicht gemotiveerd, maar komt voort uit trouw. Trouw aan zijn Vader. En Jezus heeft ons in zijn leven beide kanten laten zien: hoe God trouw is aan ons en hoe een mens trouw kan zijn aan God.
En wanneer ben je trouw en wanneer kun je trouw zijn? In het Mattheüs evangelie ontdekt Jezus eenzelfde trouw bij Johannes. En zo zal hij later zijn critici voorhouden: ‘Johannes koos de weg van de gerechtigheid toen hij naar u toe kwam. U geloofde hem niet, de tollenaars en de hoeren wel.’ En daarom heb ik me juist door hem laten dopen; ‘want de tollenaars en de hoeren zijn u voor bij het binnengaan van het koninkrijk van God.
Ook dat hoort bij de trouw van Jezus. Het oog hebben voor de verschoppelingen, de verstotenen, medelijden hebben met de gekneusde, de geschonden, de misbruikte, de afgeschreven en uitgerangeerde medemens. En als Jezus ziet dat Johannes hen zonder onderscheid doopt en hen zo zicht geeft, hoop geeft op een nieuw begin, een nieuw leven, dan ontdekt hij juist daarin een grote barmhartigheid. En beseft hij dat Gods trouw zich ook, juist ook uitstrekt naar deze mensen. En als hij zich om die reden door Johannes laat dopen, opent de hemel zich voor hem en daalt de Geest van God als een duif op hem neer. Alsof de hemel nog eens wil zeggen: dit is mijn kind, in hem wordt mijn trouw zichtbaar. Amen.